**1..** Onder een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan wordt begrepen elke verwijtbare gedraging die leidt of heeft geleid tot een verwijtbaar beroep op een uitkering IOAZ.
**2..** Gedragingen van de belanghebbende in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering op grond van de IOAZ of nadien waaruit blijkt dat hij zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan, anders dan de gedragingen, bedoeld in artikel 3.1, waarbij de duur van de maatregel wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging langer recht heeft op een IOAZ-uitkering:
Eerste categorie: Periode van maximaal 3 maanden langer recht op IOAZ-uitkering;
Tweede categorie: Periode van 3 tot 6 maanden langer recht op IOAZ-uitkering;
Derde categorie: Periode van 6 tot 12 maanden langer recht op IOAZ-uitkering;
Vierde categorie: Periode van 12 maanden of langer recht op IOAZ-uitkering
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
– Indeling in periodes – Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013