Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

– Hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013

1.. De maatregel bij gedragingen zoals deze in de artikel 3.1 zijn omschreven is vastgesteld op: 5% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie; 40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie; 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde categorie; de hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit algemeen geaccepteerde arbeid voor onbepaalde duur bij gedragingen van de zesde categorie. 2.. Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f. binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt. 3.. De maatregel bij gedragingen zoals deze in artikel 3.2 zijn omschreven, is vastgesteld op: 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie; 20% van de uitkeringsnorm gedurende drie maanden bij een gedraging van de tweede categorie; 20% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een gedraging van de derde categorie; 20% van de uitkeringsnorm gedurende 12 maanden bij een gedraging van de vierde categorie. 4.. De maatregel bij gedragingen zoals deze in artikel 3.3 zijn omschreven, is vastgesteld op: 10%   van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste vorm 20%   van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede vorm 40%   van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde vorm 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde vorm 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde vorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel