**1..** De maatregel bij gedragingen zoals deze in de artikel 3.1 zijn omschreven is vastgesteld op:
5% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde categorie;
de hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit algemeen geaccepteerde arbeid voor onbepaalde duur bij gedragingen van de zesde categorie.
**2..** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f. binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.
**3..** De maatregel bij gedragingen zoals deze in artikel 3.2 zijn omschreven, is vastgesteld op:
20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende drie maanden bij een gedraging van de tweede categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een gedraging van de derde categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende 12 maanden bij een gedraging van de vierde categorie.
**4..** De maatregel bij gedragingen zoals deze in artikel 3.3 zijn omschreven, is vastgesteld op:
10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste vorm
20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede vorm
40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde vorm
100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde vorm
100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde vorm.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
– Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013