**1..** Er wordt een maatregel opgelegd van 100% voor de duur van 1 maand in de volgende situaties:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het weigeren van een passend re-integratie aanbod;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet naar vermogen meewerken aan het verrichten van de tegenprestatie;
het onvoldoende aantoonbaar trachten arbeid te vinden en te aanvaarden gedurende de wachttijd van 4 weken;
het door een persoon, jonger dan 27 jaar, niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak.
**2..** Het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van lid 1 van deze bepaling de maatregel te effectueren door gedurende 2 maanden de uitkering met 50% te verlagen.
**3..** Er wordt een maatregel opgelegd van 20% voor de duur van 1 maand in de volgende situaties:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het niet naar vermogen meewerken aan een passende re-integratievoorziening;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling of re-integratie;
het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien hem op grond van de WWB, IOAW en IOAZ een ontheffing van de arbeidsplicht is verleend. De ontheffing wordt dan ook ingetrokken;
bij andere gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren.
**4..** Er wordt een maatregel opgelegd van 5% voor de duur van 1 maand indien belanghebbende
zich niet (tijdig) laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet (tijdig) laten verlengen van deze registratie.
**5..** De hoogte van de maatregel zoals bedoeld in de leden 3 en 4 wordt verdubbeld als er sprake is van een kansrijke belanghebbende, zoals bepaald door het college in de beleidsregels.
**6..** De duur van de maatregel als bedoeld in de leden 1 t/m 4 wordt verdubbeld indien er sprake is van recidive.
**7..** Van het opleggen van een maatregel kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, bij gedragingen zoals bedoeld in lid 3 en 4 van deze bepaling, tenzij deze gedraging plaatsvindt binnen een periode van 2 jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:
Artikel 15:
Geen of onvoldoende meewerken aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013