Bijlage 14 Bijlage als bedoeld in artikel 7.7.3 (algemene regels kamerbewoning)
Artikel 1 Constructieve veiligheid
- - Trappen en vloeren waarover een rookvrije vluchtroute voert, hebben een brandwerendheid van 30 minuten met betrekking tot bezwijken. Niveau Bouwbesluit 2003.
- - Hoofddraagconstructies hebben een brandwerendheid m.b.t. bezwijken:
- - van 30 minuten indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 7 meter boven meetniveau;
- - van 60 minuten indien een vloer van een verblijfsgebied hoger dan 7 meter maar lager dan 13 meter boven meetniveau is gelegen;
- - van 90 minuten indien een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 13 meter boven meetniveau.
Artikel 2 Beperking van de ontwikkeling van brand
- - In de vluchtwegen voldoet de bijdrage tot de brandvoortplanting:
- - van wanden en plafonds tenminste aan klasse 2;
- - van de bovenzijde van vloeren, hellingbanen, trappen of daken tenminste aan klasse T1, 5% van deze oppervlakten hoeft niet te voldoen aan deze eisen;
- - In de overige ruimten voldoet de bijdrage tot brandvoortplanting:
- - van wanden en plafonds tenminste aan klasse 4;
- - van de bovenzijde van vloeren, hellingbanen, trappen of daken tenminste aan klasse T3, 5% van deze oppervlakten hoeft niet voldoen aan deze eisen.
Artikel 3 Beperking van uitbreiding van brand
Omvang
- - Een brandcompartiment heeft geen groter gebruiksoppervlak dan 500m2 en bestaat uit:
- - het gehele gebouw of;
- - uit een of meer met elkaar in verbinding staande besloten ruimtes waardoor geen brand- en rookvrije vluchtroute voert.
WBDBO
2. De weerstand tegen de branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen brandcompartimenten is 60 minuten. De WBDBO tussen brandcompartimenten kan beperkt blijven tot 30 minuten als geen vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 7 meter boven meetniveau.
Artikel 4 Verdere beperking uitbreiding brand
Omvang
- - Een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte groter dan 40m2 is een subbrandcompartiment;
- - Een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte kleiner dan 40m2 is een subbrandcompartiment, eventueel samen met andere ruimtes mits:
- - alle ruimtes met elkaar in verbinding staan, en;
- - door de ruimtes geen brand- en rookvrije vluchtroute voert, en;
- - de totale gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment niet groter is dan 40m2.
WBDBO
- - De WBDBO tussen subbrandcompartimenten is 30 minuten.
- - De WBDBO tussen subbrandcompartiment en de rookvrije vluchtroute is 30 minuten.
- - Deuren van gemeenschappelijke verblijfsruimtes zijn zelfsluitend.
Artikel 5 Vluchten en vluchtroutes
- - Bij een toegang van een subbrandcompartiment beginnen tenminste twee rookvrije vluchtroutes die behalve bij die toegang nergens samenvallen.
- - Er kan worden volstaan met een rookvrije vluchtroute indien:
- - geen vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 7 meter boven het meetniveau, en;
- - maximaal 250m2 aan gebruiksoppervlakte is aangewezen op die ene rookvrije vluchtroute.
- - De rookproductie van wanden en plafonds in brand- en rookvrije vluchtroutes is;
- - bij een bijdrage tot brandvoortplanting van het materiaal conform klasse 1, maximaal 5,4 m-1. –bij een bijdrage van tot brandvoortplanting van het materiaal conform klasse 2, maximaal 2,2 m-1.
- - van de oppervlakten hoeft niet te voldoen aan deze eisen.
- - Een rookvrije vluchtroute leidt naar aansluitend terrein en van daar naar de openbare weg zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend.
Artikel 6 Bestrijden van brand
- - Een pand met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150m2 is voorzien van brandslanghaspels.
- - Een pand met een gebruiksoppervlakte van minder dan 150m2 is voorzien van minimaal twee draagbare brandblustoestellen (poeder-, koolzuursneeuw- of schuimblusser) met elke een inhoud van minimaal 6 kg. Op iedere bouwlaag dient minimaal een blusser aanwezig te zijn.
Artikel 7 Noodverlichting en vluchtrouteaanduiding
- - Een pand met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150m2 is voorzien van noodverlichting in de gemeenschappelijke verkeersruimten conform artikel 2.60 Bouwbesluit;
- - Een pand is voorzien van vluchtrouteaanduiding die voldoet aan het gestelde in artikel 2.6.10 van de Bouwverordening als:
- - de gebruiksoppervlakte meer dan 150m2 is, of;
- - het pand twee of meer onafhankelijke vluchtroutes heeft.
Artikel 8 Brandmeldinstallaties
- - Een pand met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150m2 en samenvallende vluchtroutes of slechts één vluchtroute is voorzien van een brandmeldinstallatie met volledige bewaking conform NEN 2535.
- - Een pand met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500m2 is voorzien van eenzelfde installatie met directe doormelding naar de regionale brandweeralarmcentrale.
- - Alle overige panden zijn voorzien van een (huis) brandmeldinstallatie conform de NEN 2555 in de verkeersruimten.