Bijlage 5 Opslag brandgevaarlijke stoffen
Bijlage behorend bij artikel 6.2.2
Tabel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen
| **ADR-klasse | Omschrijving | Verpakkinggroep | Toegestane maximum hoeveelheid in kg of l** |
|---|---|---|---|
| 2 UN 1950 Spuitbussen & UN 2037 Houders, klein, gas | gassen zoals propaan, zuurstof, stikstof, argon,kooldioxide, acyteleen, aerosolen (spuitbussen) | n.v.t. | 50 |
| 3 | brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton | II | 25 |
| 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C | brandbare vloeistoffen zoals terpetine en bepaalde inkten | III | 50 |
| 4.1, 4.2, 4.3 | 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink | II en III | 50 |
| 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbonaat | |||
| 5.1 | brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide | II en III | 50 |
| 5.2 | organische peroxiden zoals dicymyl peroxide en di-propionyl peroxide | n.v.t. 1 | 115 liter waterinhoud |
| 3 dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C | III | 1.000 liter | |
* Eenheid bepaald overeenkomstig het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
Op grond van artikel 6.2.2 is het in beginsel verboden een stof die in bijlage 5 is aangemerkt, aanwezig te hebben in, op of nabij een bouwwerk. Hierop worden echter uitzonderingen gemaakt. De uitzonderingen maken het mogelijk om deze stoffen in beperkte voorraad aanwezig te hebben. Hierbij moet gedacht worden aan ‘huishoudelijk gebruik’. De grenzen die in bijlage 5 zijn aangegeven zijn afgestemd op de ondergrenzen die in de Wet Milieubeheer worden gesteld.