**1..** Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning,
indien:
het gebouw of gedeelte van een gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer woonruimten
bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn
geweest en de aanvrager niet kan waarborgen dat de
woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing
opnieuw bestemd zullen worden voor verhuur ter bewoning en
indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw, voor zover
dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor
bewoning, in strijd is met voorschriften van een
bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de
Ruimtelijke Ordening (Stb. 1985, 626) of met enig wettelijk
voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan
voor bewoning in gebruik genomen.
de huurprijs van één of meer van die woonruimten of
voormalige woonruimten lager is dan de huurprijsgrens van de
goedkope voorraad zoals genoemd in het Huisvestingsbesluit
artikel 8 lid 2 (per 1-1-1998 ƒ 600 per maand)
het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft
niet opweegt tegen het belang van het behoud van de
woonruimtevoorraad, voor zover die voor de verhuur is
bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en de te verwachten
vraag naar de in het betreffende gebouw of een gedeelte van
het gebouw opgenomen woonruimten betrokken.
**2..** Burgemeester en wethouders weigeren eveneens een
splitsingsvergunning, indien:
voor het gebied waarin het gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet
op de Stads- en dorpsvernieuwing of leefmilieuverordening
als bedoeld in artikel 9 van die wet van kracht is, dan wel
een ontwerp voor zodanig plan of zodanige verordening of
voor een herziening daarvan in procedure is;
het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel
voor die herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de
aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend, dan wel,
indien de aanvraag krachtens artikel 22 lid 4 is
aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd;
de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester
en wethouders nadelige gevolgen heeft voor de met het plan
of de verordening nagestreefde of na te streven doeleinden
en
het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van
belemmeringen van de stadsvernieuwing.
**3..** Burgemeester en wethouders weigeren eveneens een
splitsingsvergunning, indien:
de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat
van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet
en
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die
gebreken zullen worden opgeheven.
**4..** Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake
indien:
burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 14 tot en
met 25 van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en
deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;
het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning
betrekking heeft, een of meer woonruimten bevat, die
ingevolge de artikelen 29 tot en met 38 van de Woningwet
onbewoonbaar zijn verklaard.
HOOFDSTUK VII
Artikel 22