In geval er geen dienstauto aantoonbaar beschikbaar is, de dienstreis naar het oordeel van de medewerker niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen en het dienstbelang vereist het maken van een dienstreis is het de medewerker toegestaan voor de dienstreis gebruik te maken van zijn of haar eigen motorvoertuig of (brom)fiets. In dat geval ontvangt de medewerker hiervoor per verreden kilometer een tegemoetkoming als genoemd in artikel 14 van deze reisregeling.