Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Inkomensvrijlating en premies aan uitkeringsgerechtigden

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit reïntegratie 2008, houdende regels ter uitvoering van de Verordening Reïntegratie 2008

Inkomensvrijlating Een inkomensvrijlating als bedoeld in artikel 10 lid 2 van de verordening wordt verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid in deeltijd heeft of heeft aanvaard, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm. De inkomensvrijlating wordt verstrekt indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde; De vrijlating geldt voor ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten met een maximum van € 179,00 per maand. Uitstroompremie. Een premie als bedoeld in artikel 10 lid 3 onder a van de verordening wordt verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde die een dienstbetrekking aanvaard voor de duur van tenminste 3 maanden waardoor het inkomen meer bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde geldende bijstandsnorm. De premie is mede bedoeld om negatieve effecten van de armoedeval op te vangen. De premie bedraagt € 1.600,00 éénmalig bij een dienstbetrekking van tenminste 12 maanden; Bij een dienstverband korter dan 12 maanden, bedraagt de premie een evenredig deel daarvan. De premie wordt achteraf uitgekeerd na afloop van de contractduur van de dienstbetrekking en nadat een kopie van de arbeidsovereenkomst is overgelegd. Premie sociale activering Een premie sociale activering als bedoeld in artikel 10 lid 3 onder b van de verordening wordt verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, die deelneemt of gaat deel nemen aan een traject sociale activering. De premie wordt verstrekt indien de uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van het college is aangewezen op sociale activering. De premie bedraagt € 400,00 éénmalig na het behalen van de doelstelling genoemd in artikel 4 lid 2 sub b van dit besluit. De premie bedraagt € 400,00 éénmalig na het behalen van de doelstelling genoemd in artikel 4 lid 2 sub c van dit besluit. De premie wordt achteraf uitgekeerd na afloop van iedere trajectfase nadat een verslag van de trajectfase is overgelegd. Premie deelname aan detacheringtraject Een premie als bedoeld in artikel 10 lid 3 onder c. wordt verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, die deelneemt of gaat deel nemen aan een detacheringtraject. De premie wordt verstrekt indien de uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van het college is aangewezen op een detacheringtraject. De premie bedraagt € 1.600,00 éénmalig bij een trajectduur van tenminste 12 maanden; Bij een traject korter dan 12 maanden, bedraagt de premie een evenredig deel daarvan. De premie wordt achteraf uitgekeerd na afloop van het traject en nadat een eindverslag van het traject is overgelegd. Premie in verband met start zelfstandige werkzaamheden Een premie als bedoeld in artikel 10 lid 3 onder d van de verordening wordt verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde waarvan de uitkering wordt beëindigd in verband met de start van zelfstandige werkzaamheden, die geen gebruik heeft gemaakt van een voorziening op grond van het Bbz. De premie is mede bedoeld om negatieve effecten van de armoedeval op te vangen. De premie bedraagt € 1.600,00 éénmalig bij volledige uitstroom naar zelfstandige werkzaamheden. De premie wordt achteraf uitgekeerd na overleggen van de 1e gecertificeerde jaarrekening dan wel de definitieve aanslag van de belastingdienst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel