Een persoon als bedoeld in artikel 1, onder e, van deze verordening kan voor de in artikel 5:1, onder a, b en c vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen:
het gebruik van het openbaar vervoer of;
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken en;
ander algemeen gebruikelijke verplaatsingsmiddelen in onvoldoende mate een oplossing bieden.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, onder e, van deze verordening kan voor de in artikel 5:1, onder b en c vermelde vervoersvoorzieningen in aanmerking worden gebracht, wanneer door aantoonbare beperkingen het gebruik van het collectieve vervoerssysteem als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is. Het college biedt door middel van het aanvraagformulier de belanghebbende de keuze tussen deze twee wijzen van verstrekking.
Indien de vervoersbehoefte van echtgenoten die beide beperkingen hebben niet volledig samenvalt, wordt aan hen samen anderhalf maal het in het Uitvoeringsbesluit vastgelegde normbedrag voor een voorziening als bedoeld in artikel 5:3 onder b, c of d verstrekt.
Indien het inkomen van een persoon als bedoeld in artikel 1, onder e, van deze verordening hoger is dan anderhalf maal het norminkomen Wmo kan deze persoon niet in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5:3, onderdeel b, c, d en e.
Voor kinderen met een beperking geldt het volgende:
kinderen beneden de leeftijd van vijf jaar ontvangen geen individuele vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget;
kinderen in de leeftijd van vijf tot twaalf jaar komen slechts in aanmerking voor de helft van de individuele vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5:3, onderdeel c, d en e.
Bij te verstrekken vervoersvoorzieningen wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsing in de directe woon- en leefomgeving in het kader van maatschappelijke participatie tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager bezocht kan worden, terwijl het bezoek noodzakelijk is voor de aanvrager om dreigende vereenzaming te voorkomen.