De hoogte van het persoonsgebonden budget en het verschuldigde eigen aandeel van de aanvrager wordt door het college vastgesteld op grond van de bepalingen in het uitvoeringsbesluit.
Indien het inkomen zoals bedoeld onder artikel 1:1, onderdeel z, hoger is dan 1,5 maal het norminkomen, wordt geen vervoersvoorziening verstrekt.
Indien het inkomen meer dan 1,5 maal het norminkomen bedraagt, terwijl uitsluitend gebruik gemaakt kan worden van een rolstoeltaxi, wordt het verschil tussen een taxivergoeding en de vergoeding voor gebruik van een rolstoeltaxi vergoed.
Hoofdstuk
Artikel 5:5
Vaststelling persoonsgebonden budget en eigen aandeel
Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning