Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Categorieën gedragingen

Onderdeel van Verordening maatregelen 2004

De gedragingen bedoeld in artikel 18, eerste en tweede lid van de wet, worden onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie; het zich niet als werkzoekende doen inschrijven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, dan wel de inschrijving niet of niet tijdig doen verlengen; het niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn verstrekken van informatie die van belang is voor de verlening van bijstand of de voortzetting daarvan; Het niet tijdig verstrekken van alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beslissing op zijn aanvraag door het collge aan de Centrale organisatie werk en inkomen. tweede categorie: het niet naar vermogen trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen; het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding; het niet voldoen aan een verplichting om, op advies van een arts, zich te onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard; het niet voldoen aan de verplichting tot het instellen van een verzoek tot toekenning van een uitkering tot levensonderhoud voor kinderen verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, indien die verplichting is opgelegd; het niet voldoen aan de verplichting tot meewerken aan budgetbeheer het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet. derde categorie: gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren; het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen; het onverantwoord besteden van vermogen; het geen gebruik maken van een voorliggende voorziening. vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking; Het niet verstrekken van informatie die van belang is voor de verlening van bijstand of de voortzetting of het verstrekken van onjuiste of onvolledige mededelingen; het bij de aanvraag verstrekken van onjuiste gegevens of het verzwijgen van informatie die van belang is voor de beoordeling van het recht op bijstand aan de Centrale organisatie werk en inkomen; het zich ernstig misdragen, zoals het uiten van dreigementen of het plegen van geweld ten aanzien van aan personeelsleden van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel