Indien blijkt dat een belanghebbende de voorziening tussentijds verwijtbaar beëindigt, dan wel zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 van deze verordening niet nakomt of niet is nagekomen, kunnen de gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk van hem worden teruggevorderd.
Als een uitkeringsgerechtigde zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 van deze verordening niet is nagekomen of niet nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform wat hierover is bepaald in de verordening maatregelen 2004.