Het college kan de voorziening beëindigen:
indien een belanghebbende die deelneemt aan een voorziening zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 van deze verordening dan wel zijn verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 van de WWB niet nakomt;
indien een belanghebbende die deelneemt aan een voorziening niet meer tot de doelgroep bedoeld in artikel 2 van deze verordening behoort,
indien een belanghebbende die deelneemt aan de voorziening verhuist naar een gemeente buiten de regio Haaglanden;
indien het college een andere voorziening aanbiedt;
indien een persoon die deelneemt aan een voorziening neveninkomsten heeft, die naar het oordeel van het college betekent dat hij in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt.
Indien een voorziening beëindigd is en niet het beoogde doel heeft gehad, kan het college besluiten enige tijd geen nieuwe voorziening aan te bieden aan de belanghebbende.