Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub g, onderdeel 5 en 6, van de Wet en in artikel 1.1. onder d van deze Verordening kan voor de in artikel 6.1, sub a, genoemde voorziening in aanmerking worden gebracht, indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of functiebeperking
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Het recht op een algemene voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010