Naar hoofdinhoud
2.1 Algemeen De Wet bibob kan in ieder geval worden toegepast ten aanzien van de volgende sectoren: horecavergunning (Drank- en Horecawet) exploitatievergunning voor droge horeca, waaronder coffeeshops (APV) vergunning voor sexinrichtingen (APV) escortvergunning (APV) exploitatievergunning voor smart- en growshops (APV) omgevingsvergunning voor het oprichten of het veranderen van de werking van een inrichting (Wabo) omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (Wabo) speelautomatenhallen (Wet op de kansspelen) aanbestedingen, voor zover het betreft bouw, ICT en milieu subsidies (Subsidieverordeningen). Een bestuursorgaan kan op grond van artikel 3 van de Wet bibob een beschikking weigeren of intrekken, voor zover hij bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid heeft gekregen, wanneer: er sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor: het benutten van voordelen uit strafbare feiten; het plegen van strafbare feiten een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd (bv. valsheid in geschrifte, bedreiging of omkoping). Gelijke bevoegdheid komt het bestuursorgaan toe als het gaat om aanbestedingen. Op basis van artikel 5 van de Wet bibob kan een gegadigde voor een aanbesteding van de opdracht worden uitgesloten, c.q. een bestaande overeenkomst worden ontbonden wanneer zich omstandigheden voordoen vergelijkbaar met die hierboven genoemd. In het kader van de Wet bibob onderzoekt de gemeente eerst zelf of van bovengenoemde situatie sprake is: de zgn. bibob-intake en bibob-screening. Dit onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van: de door de aanvrager of houder van de vergunning beantwoorde vragen die zijn opgenomen in het voorgeschreven aanvraagformulier; de door aanvrager aangeleverde documenten die moeten worden meegestuurd op grond van het voorgeschreven aanvraagformulier; eventuele extra, op verzoek van het bestuursorgaan overgelegde documenten of informatie; onderzoek van open bronnen zoals Kamer van Koophandel, Kadaster e.d. Los van de Wet bibob kan de gemeente de aanvrager bij de aanvraag verplichten bepaalde gegevens te overleggen om schijnconstructies te voorkomen, zoals een overzicht van investeringen en schriftelijke bewijzen van eigen vermogen en eventuele kredietovereenkomsten in verband met de financiering van de onderneming. De gemeente zal naast de Wet bibob ook de reguliere weigerings- of intrekkingsgronden onderzoeken en toepassen. Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in de Wet bibob, kan het de vergunning weigeren of intrekken c.q. de overheidsopdracht niet gunnen of een bestaande overeenkomst ontbinden. Wanneer het standaardvragenformulier (inclusief de vragen van artikel 30 van de Wet bibob) niet volledig wordt ingevuld, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld. In geval van een bestaande vergunning wordt het niet invullen van deze formulieren op grond van artikel 4 van de Wet bibob aangemerkt als ernstig gevaar. Hierdoor kan het bestuursorgaan de vergunning intrekken. Het doel dat de gemeente voor ogen staat bij de inzet van het bibob-instrumentarium is: het tegengaan van de aantasting van de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente, het tegengaan van de aantasting van de rechtsorde en de bestuurlijke slagkracht in de gemeente, het tegengaan van de verloedering door de aanwezigheid van criminaliteit, het faciliteren van de bestuurlijke aanpak (zware) criminaliteit, het verminderen van de subjectieve gevoelens van onveiligheid. Met name met het oog op de bestuurlijke aanpak van de (zware) criminaliteit is het wenselijk dat het bibob-instrumentarium zo breed mogelijk kan worden ingezet. Vanuit dit doel is er voor gekozen het bibob-instrumentarium in beginsel in te zetten op alle in de wet genoemde beleidssectoren. Wel is daarbij betrokken de afweging dat het uit capacitaire overwegingen niet haalbaar is om alle aanvragen aan een bibob-toets te onderwerpen. Opgemerkt wordt dat de aanwijzing van bovengenoemde sectoren geenszins betekent dat de gemeente zich verplicht de toepassing van het bibob-instrumentarium hiertoe te beperken. De gemeente kan altijd besluiten tot de inzet van de Wet bibob op andere sectoren dan de bovengenoemde indien daartoe aanleiding bestaat en de wet dit toelaat. Op grond van bovengenoemde overwegingen zijn de volgende keuzes gemaakt voor de inzet van het bibob-instrumentarium. 2.2 Aanvragen vergunningaanvragen voor coffeeshops, seksinrichtingen, escortbedrijven, speelautomatenhallen en smart- en growshops worden altijd aan een volledige bibob-intake en –screening onderworpen; bij aanvragen voor een Drank- en Horecawetvergunning en/of een exploitatievergunning (droge horecavergunning) dient altijd een ondernemingsplan met exploitatiebegroting en financieringsbegroting overgelegd te worden. Na de toetsing van de reguliere aanvraag en het ondernemingsplan wordt een volledige bibob-intake en –screening toegepast indien vragen blijven bestaan over met name: de bedrijfsstructuur of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming; de financiering van het bedrijf; de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd of de inventaris van de inrichting; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd. aanvragen om een omgevingsvergunning voor het oprichten of het veranderen van de werking van een (afvalstoffen)inrichting als bedoeld in categorie 28, onder 28.4 t/m 28.6 van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, worden altijd aan een volledige bibob-intake en –screening onderworpen. In overige gevallen wordt bij aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wabo, een bibob-intake en –screening toegepast indien na de reguliere toetsing vragen blijven bestaan over met name: de bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming; de financiering van het bedrijf; de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd of de inventaris van de inrichting; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd. bij aanvragen om een andere dan de hierboven genoemde vergunningen, om een subsidie of om een overheidsopdracht wordt alleen een bibob-intake en –screening toegepast indien na de reguliere toetsing vragen blijven bestaan over met name: de bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming; de financiering van het bedrijf; de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd of de inventaris van de inrichting; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten; (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd. 2.3Bestaande vergunning Bij bestaande vergunningen op alle in de wet genoemde aandachtsgebieden zal tot een bibob-intake en –screening worden overgegaan indien naar het oordeel van het bestuursorgaan feiten of omstandigheden duiden op het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 Wet bibob. 2.4Risicogebieden De burgemeester kan risicogebieden in de gemeente aanwijzen waarbinnen de Wet bibob integraal, dus op alle wettelijk toegestane sectoren, onverkort wordt toegepast. Het gaat hierbij om gebieden die extra aandacht behoeven voor wat betreft leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast gaat het zowel om aanvragers van nieuwe vergunningen en overheidsopdrachten, als houders van bestaande vergunningen. Voor aanvragers van een vergunning of subsidie en opdrachtnemers betrekking hebbende op of verband houdend met een risicogebied betekent dit dat zij altijd gescreend worden, mits de Wet bibob deze screening toelaat. 2.5Tipfunctie officier van justitie Op grond van artikel 26 van de Wet bibob kan het Openbaar Ministerie het bestuursorgaan wijzen op de wenselijkheid het bureau bibob om een advies te vragen. Dit geldt zowel bij aanvragen om nieuwe vergunningen als bij bestaande vergunningen. Als de officier van justitie gebruik maakt van deze zogenaamde tipfunctie, zal het bestuursorgaan in beginsel een bibob-intake en –screening toepassen en vervolgens een advies vragen aan bureau bibob. Over de invulling van de tipfunctie zal regelmatig overleg plaatsvinden in het lokale driehoeksoverleg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel