In afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2 lid 1 van deze verordening:
Stedelijke bebouwde kom => 2,0 odour units;
Landelijke bebouwde kom => 3,0 odour units;
Gebied met hoofdzakelijk burger gebruik => 5,0 odour units;
Gemengd gebied met burger en agrarisch gebruik => 8,0 odour units;
Gebied met hoofdzakelijk agrarisch gebruik => 11,0 odour units.