In afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet bedraagt de minimale afstand voor de geurbelasting van een veehouderij met minder dan 200 stuks melkrundvee (en 140 stuks jongvee) en/of 50 overige dieren op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2 lid 2 van deze verordening:
Stedelijke bebouwde kom => 50 meter;
Landelijke bebouwde kom => 50 meter;
Gebied met hoofdzakelijk burger gebruik => 25 meter;
Gemengd gebied met burger en agrarisch gebruik => 25 meter;
Gebied met hoofdzakelijk agrarische gebruik => 25 meter.
(voormalige) bedrijfswoningen van veehouderijen of andere geurgevoelige objecten zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 Wgv => 25 meter.