Onverminderd artikel 2, tweede lid van de verordening wordt de
maatregel vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één
maand bij een gedraging van de 1e categorie;
20% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één
maand bij gedragingen van de 2e categorie;
50% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één
maand bij gedragingen van de 3e categorie;
100% van de norm gedurende één maand bij een gedraging
van de 4e categorie.
Het college verdubbelt de duur van de maatregel als bedoeld in
het eerste lid, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden
na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging
van dezelfde of hogere categorie. Het besluit waarbij van het
opleggen van een maatregel om dringende redenen wordt afgezien,
wordt gelijkgesteld met een besluit tot het opleggen van een
maatregel.
Het college verhoogt de maatregel als bedoeld in het eerste lid,
als de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van
een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, volhardt in de
verwijtbare gedraging. Het besluit waarbij van het opleggen van
een maatregel om dringende redenen wordt afgezien, wordt
gelijkgesteld met een besluit tot het opleggen van een
maatregel.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2013