Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2013

Onverminderd artikel 2, tweede lid van de verordening wordt de maatregel vastgesteld op: 10% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand bij een gedraging van de 1e categorie; 20% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de 2e categorie; 50% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de 3e categorie; 100% van de norm gedurende één maand bij een gedraging van de 4e categorie. Het college verdubbelt de duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Het besluit waarbij van het opleggen van een maatregel om dringende redenen wordt afgezien, wordt gelijkgesteld met een besluit tot het opleggen van een maatregel. Het college verhoogt de maatregel als bedoeld in het eerste lid, als de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, volhardt in de verwijtbare gedraging. Het besluit waarbij van het opleggen van een maatregel om dringende redenen wordt afgezien, wordt gelijkgesteld met een besluit tot het opleggen van een maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel