Als een belanghebbende een tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, heeft
betoond als bedoeld in artikel 18 WWB, dan wel artikel 41,
eerste lid IOAW of IOAZ, verlaagt het college de uitkering.
Onder het begrip ‘tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid’ worden niet begrepen gedragingen als
bedoeld in artikel 8 van deze verordening. Onder tekortschietend
besef wordt in ieder geval begrepen het op een onverantwoorde
wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een
schenking, voorafgaand of tijdens de bijstandsverlening. Dit
tekortschietend besef geldt ook voor belanghebbende die
voorafgaande aan de bijstand door eigen toedoen algemeen
geaccepteerde arbeid niet heeft behouden, dan wel aangeboden
algemeen geaccepteerde arbeid heeft geweigerd.
De maatregel bedraagt 100% van de bijstandsnorm dan wel de
grondslag voor de duur van de periode dat belanghebbende als
gevolg van zijn gedragingen langer recht heeft op een
uitkering.
Het college wijzigt de maatregel na drie maanden naar 50% van de
bijstandsnorm dan wel de grondslag voor de resterende duur van
de periode dat belanghebbende als gevolg van zijn gedragingen
langer recht heeft op een uitkering.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2013