• - De voorzitter oefent voor de toepassing van de regeling de bevoegdheden uit krachtens de artikelen 7:3 en 7:6, vierde lid van de wet.
  • - De secretarissen oefenen voor de toepassing van de regeling de bevoegdheden uit krachtens de artikelen 2.1 tweede lid, 6:6 onder b, 6:17, 7:4 en 7:10 van de wet.