**1..** De hoogte en duur van de maatregel wordt vastgesteld op:
5% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging als bedoeld in artikel 15, tweede lid onder a, b
of c;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging als bedoeld in artikel 15, tweede lid onder d of
e;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een
gedraging als bedoeld in artikel 15, tweede lid onder f, g,
h of i;
een bedrag aan bijstand gelijk aan de vergoeding die
belanghebbende van de zorgverzekeraar zou ontvangen als hij
wel een adequate zorgverzekering zou hebben afgesloten (
artikel 15, tweede lid, onder j);
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder a en
b, wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf
maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van
dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een
maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede
lid.
**3..** Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit
waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid,
onder a en b, belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan
een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan
wordt door het bestuur aan belanghebbende een maatregel opgelegd van
maximaal honderd procent van de bijstand gedurende maximaal drie
maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.\
Hoofdstuk 4.
Artikel 16.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en bijstand 2009