Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 16.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en bijstand 2009

1.. De hoogte en duur van de maatregel wordt vastgesteld op: 5% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging als bedoeld in artikel 15, tweede lid onder a, b of c; 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging als bedoeld in artikel 15, tweede lid onder d of e; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging als bedoeld in artikel 15, tweede lid onder f, g, h of i; een bedrag aan bijstand gelijk aan de vergoeding die belanghebbende van de zorgverzekeraar zou ontvangen als hij wel een adequate zorgverzekering zou hebben afgesloten ( artikel 15, tweede lid, onder j); 2.. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 3.. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid, onder a en b, belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt door het bestuur aan belanghebbende een maatregel opgelegd van maximaal honderd procent van de bijstand gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.\

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel