Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Taak en werkwijze

Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel

1.. Overeenkomstig artikel 182 lid -1 van de wet onderzoekt de commissie doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een (deel)onderzoek van de jaarrekening naar rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur behoort tot de mogelijkheden maar bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213 lid -2 Gemeentewet (controle jaarrekening door openbaar accountant). 2.. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 3.. De commissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 4.. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 5.. De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter invulling van haar taken nodig acht en is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. Het college draagt er zorg voor dat de desbetreffende ambtenaren hun medewerking verlenen. 6.. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert. 7.. De commissie is bevoegd ten aanzien van: - openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling;- naamloze en besloten vennootschappen met een beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; - andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft; bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien de genoemde documenten daartoe aanleiding geven, kan de rekenkamercommissie een onderzoek instellen bij de betrokken instelling. 8.. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 9.. De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 10.. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 11.. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen voor de uitvoering van het onderzoek. Ook kan de commissie de gemeentesecretaris verzoeken ambtelijk medewerkers aan te wijzen ter ondersteuning bij de uitvoering van een onderzoek tenzij ambtelijke ondersteuning bij de uitvoering van een onderzoek onverenigbaar is met de aard van het onderzoek. Hierbij is paragraaf 1 van de verordening ‘Regeling voor ambtelijke bijstand en de fractievergoeding’ vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2003 van overeenkomstige toepassing. 12.. Bij de uitvoering van haar onderzoek draagt de commissie zorg voor de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van degenen en of de organisatieonderdelen die onderwerp van onderzoek zijn. 13.. De commissie stelt de betrokkenen en belanghebbenden in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 14.. Na vaststelling door de commissie worden het definitieve onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 15.. De raad kan de voorzitter of een of meerdere leden van de rekenkamercommissie in de gelegenheid stellen om in de vergadering van de raad haar onderzoeksbevindingen als bedoeld in artikel 185 Gemeentewet toe te lichten. 16.. Op grond van artikel 185 lid -3 Gemeentewet stelt de rekenkamercommissie jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar en zendt een afschrift van dit verslag aan de raad en het college. Naast het verslag van werkzaamheden worden opgedane ervaringen door de rekenkamercommissie over het voorgaande jaar ter evaluatie aangeboden aan de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel