**1..** Overeenkomstig artikel 182 lid -1 van de wet onderzoekt de commissie
doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het
gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een (deel)onderzoek van de
jaarrekening naar rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur
gevoerde bestuur behoort tot de mogelijkheden maar bevat geen controle
van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213 lid -2 Gemeentewet
(controle jaarrekening door openbaar accountant).
**2..** De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
vastgestelde onderzoeksopzet.
**3..** De commissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten,
met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en
bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.
**4..** De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
informeren.
**5..** De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter invulling van haar
taken nodig acht en is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
bij alle ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel de mondelinge en
schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de
uitvoering van onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de
ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel zijn verplicht de
gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te
verstrekken. Het college draagt er zorg voor dat de desbetreffende
ambtenaren hun medewerking verlenen.
**6..** Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is
het vijfde lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de
betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van
die derde voert.
**7..** De commissie is bevoegd ten aanzien van: - openbare lichamen en
gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke
regelingen waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente
deelneemt in de regeling;- naamloze en besloten
vennootschappen met een beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente
meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren
dat de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
- andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een
derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk
een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten
minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren
waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft; bij de
betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de
jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze
jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking
tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien de
genoemde documenten daartoe aanleiding geven, kan de rekenkamercommissie
een onderzoek instellen bij de betrokken instelling.
**8..** De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.
**9..** De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op
grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van
Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of
gedeelten daarvan als geheim aanmerken.
**10..** De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.
**11..** Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen voor
de uitvoering van het onderzoek. Ook kan de commissie de
gemeentesecretaris verzoeken ambtelijk medewerkers aan te wijzen ter
ondersteuning bij de uitvoering van een onderzoek tenzij ambtelijke
ondersteuning bij de uitvoering van een onderzoek onverenigbaar is met
de aard van het onderzoek. Hierbij is paragraaf 1 van de verordening
‘Regeling voor ambtelijke bijstand en de fractievergoeding’ vastgesteld
bij raadsbesluit van 18 december 2003 van overeenkomstige
toepassing.
**12..** Bij de uitvoering van haar onderzoek draagt de commissie zorg voor de
toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van
degenen en of de organisatieonderdelen die onderwerp van onderzoek
zijn.
**13..** De commissie stelt de betrokkenen en belanghebbenden in de gelegenheid
om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken
bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de
commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering
(mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt
verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
**14..** Na vaststelling door de commissie worden het definitieve
onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de
zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder
toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad
aangeboden.
**15..** De raad kan de voorzitter of een of meerdere leden van de
rekenkamercommissie in de gelegenheid stellen om in de vergadering van
de raad haar onderzoeksbevindingen als bedoeld in artikel 185
Gemeentewet toe te lichten.
**16..** Op grond van artikel 185 lid -3 Gemeentewet stelt de rekenkamercommissie
jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het
voorgaande jaar en zendt een afschrift van dit verslag aan de raad en
het college. Naast het verslag van werkzaamheden worden opgedane
ervaringen door de rekenkamercommissie over het voorgaande jaar ter
evaluatie aangeboden aan de raad.