**1..** Indien de rekenkamercommissie het voor de uitvoering van het onderzoek
noodzakelijk acht, kan met toepassing van artikel 25 lid -1 en lid -2
Gemeentewet geheimhouding worden opgelegd omtrent een door de
rekenkamercommissie aan de raad of aan de leden van de raad overlegd
stuk. Het stuk wordt dan niet verder verspreid buiten de voorzitter en
de leden van de rekenkamer-commissie en voor de leden van de raad
vertrouwelijk ter inzage gelegd bij het ambtelijk secretariaat van de
rekenkamercommissie. Een afschift van het stuk wordt tevens onder
oplegging van geheimhouding overlegd aan de burgemeester in zijn
hoedanigheid van voorzitter van de raad en het college. Tenzij door de
rekenkamercommissie anders aangegeven, eindigt de geheimhoudingsplicht
bij aanbieding van het definitieve onderzoeksrapport aan de raad.
**2..** Indien de rekenkamercommissie het voor de uitvoering van het onderzoek
noodzakelijk acht een geheimhoudingsplicht op te leggen is op grond van
artikel 2:5 lid-2 Algemene wet bestuursrecht de geheimhoudingsplicht
eveneens van toepassing op betrokkenen van buiten de gemeentelijke
organisatie, op instellingen genoemd in artikel 10 lid -7 en daarvoor
werkzame personen, de voorzitter en de door de rekenkamercommissie
ingeschakelde externe adviseurs of onderzoeks-bureaus. De commissie
bepaalt verder wie als betrokkenen worden aangemerkt.