Wanneer de medewerker uit hoofde van zijn functie de beschikking dient
te krijgen over het gebruik van een mobiele telefoon, geeft de werkgever
de medewerker een mobiele telefoon om niet in bruikleen.
De medewerker ondertekent bij de aflevering van de mobiele telefoon de
‘overeenkomst inzake mobiele telefoon’, zoals opgenomen in artikel 15:1:4:1:1.
De medewerker kan de mobiele telefoon zowel voor het werk als privé gebruiken.
De medewerker is verplicht om goed voor de apparatuur te zorgen.