Bij beëindiging van het dienstverband is de medewerker verplicht de mobiele
telefoon op de laatste werkdag aan de werkgever te retourneren.
De werkgever is bevoegd tussentijds de overeenkomst inzake bruikleen van
een mobiele telefoon aan een medewerker’ zonder enige opzeggingstermijn
op te zeggen en van de medewerker de onmiddellijke teruggave van de mobiele
telefoon te verlangen indien deze de mobiele telefoon verwaarloost, misbruikt,
of op enigerlei andere wijze in strijd handelt met de bepalingen van deze
overeenkomst of van de artikelen 1777 tot en met 1790 van het Burgerlijk
Wetboek, voor zover hiervan niet in de onderhavige overeenkomst is afgeweken.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de medewerker bij beëindiging
van het dienstverband - voor zover dat niet geschiedt op basis van artikel 8:7, 8:7:1,
8:13 , 8:14
, 8:15:1 of 8:15:2
CAR/UWO - de mobiele telefoon tegen betaling van de dagwaarde in eigendom
krijgen.
Bij ontslag op basis van een der artikelen als genoemd in het derde lid
van dit artikel wordt de mobiele telefoon onmiddellijk ingenomen door
de werkgever.
Indien de ter beschikking gestelde mobiele telefoon bij het beëindigen
van het dienstverband wordt overgenomen door de medewerker, wordt het
contract voor de abonnements- en gesprekkosten door de werkgever opgezegd
of overgezet op naam van de medewerker.