Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
functioneel leidinggevende: de functioneel leidinggevende van de ambtenaarBijvoorbeeld de cluster coördinator of de teamleider.;
hiërarchisch leidinggevende: de hiërarchisch leidinggevende van de ambtenaar;
beoordelingsautoriteit: de hiërarchisch leidinggevende van de hiërarchisch leidinggevende van de ambtenaar;
bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders;
adviseur: de daartoe aangewezen adviseur P&O;
informant: de functionaris die inlichtingen van feitelijke aard over de functievervulling verstrekt;
functie: het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten blijkens een daartoe door of namens het bestuursorgaan vastgestelde functiebeschrijving;
startgesprek: het gesprek tussen de ambtenaar en de hiërarchisch leidinggevende waarin concrete resultaatafspraken worden gemaakt over de werkzaamheden van de ambtenaar;
functioneringsgesprek: het gesprek op basis van gelijkwaardigheid, tussen de ambtenaar en de hiërarchisch leidinggevende, dat is gericht op het verkrijgen van inzicht in het huidige functioneren van de ambtenaar in relatie tot de opgedragen taken en de in het startgesprek gemaakte afspraken;
beoordelingsgesprek: het gesprek tussen de ambtenaar en de hiërarchisch leidinggevende op basis van de conceptbeoordeling dat gericht is op het verkrijgen van een oordeel over de wijze waarop de ambtenaar zijn functie gedurende het beoordelingstijdvak heeft vervuld met inbegrip van zijn gedragingen tijdens de uitoefening van zijn functie;
beoordelen: het vastleggen van een formeel oordeel over het functioneren van de ambtenaar;
beoordelingstijdvak: tijd direct voorafgaand aan het tijdstip van de beoordeling met een minimum van 6 en een maximum van 18 kalendermaanden;
criteria: aspecten van de functievervulling waarop wordt beoordeeld.
Hoofdstuk
Artikel 25:1:1:1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Start-, functionerings- en beoordelingsgesprekken