Tenminste éénmaal per jaar vindt een functioneringsgesprek plaats tussen de ambtenaar en de hiërarchisch leidinggevende. Waar dit formeel is vastgesteld kan de hiërarchisch leidinggevende het voeren van het functioneringsgesprek overlaten aan de functioneel leidinggevende.
De hiërarchisch leidinggevende stelt samen met de ambtenaar minimaal twee weken van tevoren een datum vast waarop het functioneringsgesprek zal worden gehouden. De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld ook zelf bespreekpunten op te voeren.
De hiërarchisch leidinggevende raadpleegt de functioneel leidinggevende ter voorbereiding van het functioneringsgesprek. Informanten kunnen geraadpleegd worden.
Onderwerp van het gesprek is het huidige en toekomstige functioneren van de ambtenaar en de hiërarchisch leidinggevende, alsmede de ontwikkeling van de ambtenaar. Het bepaalde in Hoofdstuk 17 Opleiding en ontwikkeling is van toepassing. Gemaakte ontwikkelings- en opleidingsafspraken worden via het verslag van het functioneringsgesprek ook in een persoonlijk ontwikkelingsplan vastgelegd.
Conclusies en afspraken worden vastgelegd in een door de hiërarchisch leidinggevende of ambtenaar op te stellen verslag. Dit verslag wordt ondertekend door de ambtenaar en de hiërarchisch leidinggevende. De ambtenaar, de hiërarchisch leidinggevende, de functioneel leidinggevende en de adviseur ontvangen een afschrift van het verslag. Het getekende verslag wordt door de adviseur gearchiveerd.
Hoofdstuk
Artikel 25:1:3:1
Het functioneringsgesprek
Onderdeel van Start-, functionerings- en beoordelingsgesprekken