De medewerker is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie te aanvaarden waarin hij/zij is geplaatst.
Zolang plaatsing in een passende of geschikte functie niet mogelijk is gebleken, is de medewerker verplicht om tijdelijke, in redelijkheid op te dragen werkzaamheden binnen of buiten de gemeente te verrichten, voor zover deze werkzaamheden bijdragen aan het verbeteren van de kansen/bespoedigen van de mogelijkheden om de medewerker van werk naar werk te begeleiden.
Wanneer de medewerker na herhaald en zorgvuldig overleg weigert een passende functie te aanvaarden of verwijtbaar niet meewerkt aan het vinden van een oplossing kan hem ontslag worden verleend op grond van artikel 8:3 CAR/LAR, waarbij de werkgever kan aangeven dat er sprake is van verwijtbare werkloosheid.
Van dit verwijtbaar gedrag kan melding worden gemaakt bij de Uitvoeringsinstantie Werknemers-Verzekeringen (UWV).