• - Na vaststelling van het definitieve reorganisatiebesluit en het plaatsingsplan neemt de werkgever op basis hiervan een individueel rechtspositiebesluit tot plaatsing (plaatsingsbesluit) van de betrokken medewerker.
  • - De medewerker wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering wordt ingegaan op de in artikel 3:8 genoemde zienswijzen indien die door de medewerker zijn ingediend.
  • - In geval er geen plaatsing mogelijk is, geldt het bepaalde in hoofdstuk 4 van dit sociaal kader en wordt op basis van de daar genoemde bepalingen overgegaan tot besluitvorming.
  • - Tegen het in lid 1 genoemde individueel plaatsingsbesluit c.q. het in lid 3 bedoelde besluit tot niet plaatsing, kan de medewerker bezwaar en vervolgens beroep aantekenen overeenkomstig het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.