De vergadering wordt in het openbaar gehouden.
De deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel van de aanwezige
leden of de voorzitter dit nodig oordeelt. De commissie besluit
vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
De commissie kan omtrent het in besloten vergadering behandelde en
omtrent de inhoud van de stukken, welke aan de commissie worden
voorgelegd, geheimhouding opleggen. Zij wordt zowel door de leden
die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door de leden die op
andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in
acht genomen totdat de commissie haar opheft. De verplichting tot
geheimhouding geldt tevens voor hen die uit andere hoofde de
vergadering van de commissie bijwonen.
De voorzitter kan omtrent de inhoud van de stukken als bedoeld in
het vorige lid voorlopige geheimhouding opleggen. Hij/zij geeft
hiervan terstond kennis aan de commissie. De voorlopige oplegging
van geheimhouding vervalt zo zij niet aan de commissie in diens
eerstvolgende vergadering waarin meer dan de helft van het getal
zitting hebbende leden tegenwoordig is ter bekrachtiging wordt
aangeboden. In geval van niet bekrachtiging vervalt de voorlopige
opheffing.