Als laatste stap wordt de parkeerbehoefte geconfronteerd met de parkeercapaciteit. Er kunnen zich dan 3 situaties voordoen:
1. de parkeerbehoefte is kleiner dan de parkeercapaciteit;
2. de parkeerbehoefte is gelijk aan de parkeercapaciteit;
3. de parkeerbehoefte is groter dan de parkeercapaciteit.
De (on)balans en de wijze hoe daar mee omgegaan moet worden, komt in het volgende hoofdstuk aan de orde. • Parkeren in balans
Er is sprake van een balans in parkeren als de parkeerbehoefte gelijk is aan de parkeercapaciteit. Dit is qua parkeren een prima situatie. Naar verwachting kan het plan de komende tijd voorzien in de noodzakelijke parkeervraag. • Parkeerbehoefte kleiner dan parkeercapaciteit
Wat het parkeren betreft is sprake van een acceptabele situatie. Er zijn meer parkeerplaatsen beschikbaar dan er in de drukste periode nodig zijn. Bij een onverhoopte stijging van de parkeerbehoefte is er zelfs ruimte om deze extra vraag op te vangen. Het is wel noodzakelijk om te onderzoeken of de extra parkeerplaatsen voor de omliggende infrastructuur geen problemen oplevert. Meer parkeerplaatsen kan immers verkeerskundig gezien een hogere intensiteit betekenen en leiden tot een hogere (subjectieve) verkeersonveiligheid of een verminderde bereikbaarheid. Hierbij moet een verkeerskundige afweging gemaakt worden. Daarnaast is het een ruimtelijke afweging of het wenselijk is dat er een surplus aan parkeerplaatsen is. Indien een surplus ruimtelijk gezien, of om andere redenen, niet wenselijk is (bijv. i.v.m. omliggende infrastructuur), kan dit vanuit deze Nota Parkeernormen nader gemotiveerd worden. Deze ruimtelijke afweging gaat echter buiten het bestek van deze nota. • Parkeerbehoefte is groter dan de parkeercapaciteit.
Er is sprake van een probleemsituatie. Het plan is niet in balans. Dit betekent dat er in de praktijk parkeerproblemen en parkeeroverlast verwacht kan worden als er geen oplossing voor het tekort gevonden wordt. Daarbij is de voorkeursvolgorde:
1. Is extra parkeerruimte op eigen terrein toe te voegen?
Het is mogelijk om bij een tekort aan parkeerplaatsen, nog eens kritisch naar het bouwplan te kijken. Wellicht kunnen er toch nog extra parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden, bijvoorbeeld door een andere terreinindeling of door ander creatief gebruik van de ruimte. Uiteraard moet deze oplossing passen binnen de randvoorwaarden van deze nota en ook ruimtelijk gezien aanvaardbaar te zijn.
2. Zijn de ambities van het plan naar beneden bij te stellen?
Een tekort aan parkeerplaatsen kan uiteraard ook altijd opgelost worden als de ontwikkelende partij zijn ambitie bijstelt en aanpast aan de beschikbare parkeerruimte.
3. Zijn er andere (parkeer)mogelijkheden?
Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie door meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, is de inschatting van de financiële consequenties daarvan in veel gevallen het grote knelpunt. Indien hier twijfel over bestaat, dient de initiatiefnemer aan te tonen dat het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein onevenredige kosten met zich meebrengt. Het is dan mogelijk dat het college – onder strikte voorwaarden – af kan wijken van de parkeernorm. Dit komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.