Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Mogelijkheden afwijken

Onderdeel van Beleidsregels parkeernormen

Als er sprake is van een onbalans, kan het college besluiten af te wijken van de parkeernormen. Van de parkeernormen kan geheel of gedeeltelijk worden afgeweken, indien de realisering van het initiatief belangrijker is dan de nadelige gevolgen op het gebied van parkeren en verkeer. Aan het afwijken van de parkeernormen kan een financiële consequentie gekoppeld worden. Aan deze afdracht, de afkoopregeling, wordt in hoofdstuk 7 aandacht besteed. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden waaronder van de parkeernormen kan worden afgeweken. • Meer parkeerplaatsen dan parkeernorm (overschot) Het college kan toestemming verlenen om van de parkeernorm af te wijken wanneer de initiatiefnemer meer parkeerplaatsen op eigen terrein wil realiseren dan de parkeernorm voorschrijft. Zoals in een eerder hoofdstuk is aangegeven, moet dit verkeerskundig acceptabel zijn, mag andere wet- en regelgeving hieraan niet in de weg staan en mag het ook ruimtelijk niet tot problemen leiden. • Minder parkeerplaatsen dan parkeernorm (tekort) Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan het college in de volgende gevallen afwijken van het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen:  a) realisatie in openbare ruimte De initiatiefnemer realiseert in de openbare ruimte extra parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen de loopafstand die verkeerskundig gezien passend is bij de functie). De kosten voor het ontwerp en de aanleg van deze parkeerplaatsen zijn voor rekening van de ontwikkelaar. De parkeerplaatsen worden uiteindelijk in opdracht of onder toezicht van de gemeente aangelegd, volgens de normen die gemeente hiervoor hanteert. Uiteraard moet de aanleg van de parkeerplaatsen ook in overeenstemming zijn met het gemeentelijk verkeersbeleid, verkeerskundig acceptabel zijn en ook passen in het bestemmingsplan. b) capaciteit op acceptabele loopafstand De initiatiefnemer beschikt over voldoende parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen de loopafstand die verkeerskundig gezien passend is bij de functie): • parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid op particulier terrein realiseert; • parkeerplaatsen van derden die worden gehuurd en/of gebruikt, waarbij de initiatiefnemer dient aan te tonen (door middel van contracten) dat deze  parkeerplaatsen tenminste voor onbepaalde tijd onbeperkt, zonder wederopzegging, voor zijn functie beschikbaar zijn. Indien deze contracten onverhoopt wordt beëindigd, dan ontstaat een nieuwe situatie waardoor niet langer aan de parkeernormen is voldaan; in geval parkeerplaatsen worden gerealiseerd op grond die in eigendom is van een ander, zal de gemeente met de initiatiefnemer een aanvullende afspraak maken inhoudende dat gemeente en initiatiefnemer met elkaar in gesprek gaan over de als dan ontstane situatie en over een oplossing. Een oplossing kan bestaan uit het elders alsnog realiseren van de verloren gegane parkeerplaatsen of uit het alsnog doen van een bijdrage aan het parkeerfonds. Om dit te borgen is het noodzakelijk dat de gemeente de contracten meeondertekent en dient in het contract te worden vermeld dat bij beëindiging van het contract, mededeling van de beëindiging aan de gemeente vereist is. c) opvangen in bestaand openbaar aanbod Parkeerplaatsen kunnen worden opgevangen in het openbaar aanbod. Vereist is dat middels een parkeerdrukmeting aangetoond dient te worden of er binnen een acceptabele loopafstand, passend bij de functie van de ontwikkeling, voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn (de parkeerdruk mag inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven de 80%  bezettingsgraad komen). De bovenvermelde parkeerdrukmeting wordt gehouden op het moment dat de bezettingsgraad van de te realiseren functie het hoogst is. Bijvoorbeeld in het geval dat het bouwplan voorziet in de realisatie van een woning wordt het onderzoek in de nachtelijke uren verricht (bewonersparkeren) en bij de realisatie van een winkel in de dagsituatie tijdens een piekmoment (winkelpubliek). De parkeerdruk moet in dat geval op kosten van de ontwikkelende partij door een extern verkeerskundig adviesbureau aangetoond worden. De verkeerskundig adviseur en diens onderzoeksopzet moeten door de gemeente geaccordeerd worden. d) toekomstige parkeerplaatsen De gemeente ziet binnen een acceptabele loopafstand mogelijkheden, die tevens planologisch haalbaar zijn, om binnen een termijn van 10 jaar extra parkeerplaatsen aan te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel