Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.

Artikel 2:50

A (Hinderlijk) gedrag op of in pleinen/speeltuinen/recreatiegebieden/openbare plaatsen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Midden-Delfland 2010

1.. Het is verboden; zich zonder redelijk doel op een schoolplein, speeltuin of in een recreatiegebied op te houden; zich in een speeltuin of in een recreatiegebied op te houden binnen de dagen of tijden, die het college heeft vastgesteld waarop het verboden is in een speeltuin of in een recreatiegebied te verblijven; zich zonder redelijk doel op andere door het college aangewezen openbare plaatsen op te houden. Het college kan bij deze aanwijzing nadere dagen en tijden aangeven waarop het verbod geldt; door de gemeente, door een ander open lichaam, of door de gemeente aangewezen verenigingen of stichtingen in of op openbare plaatsen aangebrachte (natuurlijke) voorzieningen, zoals straatmeubilair, beplantingen, riet, struiken, vissteigers, aanlegsteigers, recreatieve voorzieningen, speeltoestellen, openbare toiletgelegenheid en kunstwerken 1. voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor deze bestemd zijn; 2. zodanig te gebruiken, dat deze voorzieningen geheel of gedeeltelijk verloren kunnen gaan, of buiten bedrijf of beschadigd kunnen geraken, of dat het belang ervan voor de doelgroep van de voorziening kan worden benadeeld; 3. zodanig te gebruiken dat voor andere gebruikers van openbare plaatsen of openbaar water gevaar of hinder kan ontstaan; 4. voor zover het een zelfbedieningspont betreft, deze na gebruik anders dan aan één van beide oevers afgemeerd achter te laten; buiten de daarvoor door het college aangewezen gebieden modelsport te beoefenen met miniatuurvoer-, vaar- of vliegtuigen welke voorzien zijn van verbrandings- of elektromotoren. 2.. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Rechtspraak bij dit artikel