In het eerste lid is de hoogte van de langdurigheidstoeslag bepaald. De hoogte is verschillend voor gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Deze driedeling is tot stand gekomen, omdat er ook verschillende reserveringscapaciteiten voortvloeien uit de voor de genoemde groepen geldende bijstandsnormen. Daarnaast is afstemming gezocht met de andere twee gemeenten in Zeeuws Vlaanderen. De categorieën en bedragen zijn vanaf 2012 exact hetzelfde in alle drie de gemeenten.
In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in dergelijke situaties ook niet opportuun is.
Dit derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.
Artikelen 5 en 6
Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.