Onder de naam "belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten"
worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee
directe belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar een roerende bedrijfsruimte al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een roerende
bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als
gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
gegeven;
het ter beschikking stellen van een roerende
bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als
gebruik door degene die die roerende woon- of
bedrijfsruimte ter beschikking heeft gesteld;
Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in
gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is
bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter
beschikking is gesteld;
Vervallen.
Paragraaf
Artikel 2.
Artikel 2.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009