Als één ruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen ruimte;
een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te
worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer in onderdeel a bedoelde ruimten
of in onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a
bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan
of van een in onderdeel c bedoeld samenstel.
Paragraaf
Artikel 3.
Artikel 3.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009