De maatstaf van heffing is de waarde die aan de ruimte dient te
worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan
zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de
staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang
in gebruik zou kunnen nemen.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn
ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988
vastgestelde registers van beschermde monumenten, bepaald op de
vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die
ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de
vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:
de aard en de bestemming van die ruimte;
de sedert de stichting van de ruimte opgetreden
technische en functionele veroudering waarbij de invloed
van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
een ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld
in het tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan
een roerende zaak of gedeelte daarvan waarvoor een
bouwvergunning in de zin van de Woningwet is afgegeven en dat
door bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de
beoogde bestemming.
Met betrekking tot een roerende woonruimte die deel uitmaakt van
een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 (Staatsblad 1989,
252) aangewezen landgoed, wordt in afwijking in zoverre van het
eerste lid, de heffingsgrondslag bepaald met inachtneming van
een veronderstelde verplichting om die zaak gedurende 25 jaren
als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen
anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk
of gebruikelijk is.
Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel
uit te maken van die woonruimte.
Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef
en onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel
van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele
ruimte.
Paragraaf
Artikel 4.
Artikel 4.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009