**1.** Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
weigeren, indien:
het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer
woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk
verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het
gedeelte van een gebouw, voor zover dit geheel of
gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in
strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als
bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke
Ordening of met enig wettelijk voorschrift, geheel of
gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in
gebruik genomen;
de huurprijs van een of meer van die woonruimten of
voormalige woonruimten lager is dan de
huurprijsgrens;
de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte of
woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft
of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of woonruimten
na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen
worden voor verhuur ter bewoning en
het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van
de woonruimtevoorraad, voor zover die voor de verhuur is
bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en de te
verwachte vraag naar de in het betreffende gebouw of een
gedeelte van een gebouw opgenomen woonruimten
betrokken.
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen eveneens een
splitsingsvergunning weigeren indien:
voor het gebied waarin het gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de
Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing of
leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9 van die
wet van kracht is, dan wel een ontwerp voor zodanig plan
of zodanige verordening of voor een herziening daarvan
in procedure is;
het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan
wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd
voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is
ingediend, dan wel, indien de aanvraag krachtens artikel
3.2.5 is aangehouden, voordat die aanhouding is
geëindigd;
de voorgenomen splitsing naar het oordeel van
burgemeester en wethouders nadelige gevolgen heeft voor
de met het plan of de verordening nagestreefde of na te
streven doeleinden en
het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen
van belemmering van de stadsvernieuwing.
**3.** Burgemeester en wethouders kunnen ten slotte een
splitsingsvergunning weigeren, indien:
de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of
staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing
verzet en
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat
die gebreken zullen worden opgeheven.
**4.** Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval
sprake indien:
burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 14
tot en met 25 van de Woningwet een aanschrijving hebben
gedaan en deze aanschrijving nog niet is
uitgevoerd;
het gebouw, waarop de aanvraag om een
splitsingsvergunning betrekking heeft, een of meer
woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 tot en
met 38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.4
Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Oudewater 2013