**1.** Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanvraag
van een splitsingsvergunning aanhouden, indien:
a. voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft een voorbereidingsbesluit
als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening
van kracht is met het oog op de voorbereiding van een
stadsvernieuwingsplan of van een herziening daarvan;
b. dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning
werd ingediend en
c. redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen nadelig kunnen
worden beïnvloed door de voorgenomen splitsing.
**2.** De aanhouding als bedoeld in het vorige lid duurt tot het
moment dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21 van de
Wet op de Ruimtelijke Ordening is vervallen.
**3.** Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag
om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager
aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor redelijke
termijn de gebreken, als bedoeld in artikel 3.2.4, lid 3 met het
oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen.
**4.** Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag
om een splitsingsvergunning overeenkomstig het bepaalde in het
vorige lid aanhouden, vermelden zij in het besluit tot
aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen
splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit
redelijk achten. Indien de in het besluit tot aanhouding
vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in datzelfde besluit
aangegeven termijn, wordt de vergunning verleend.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.5
Aanhouding van de splitsingsaanvraag
Onderdeel van Huisvestingsverordening Oudewater 2013