**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
de openbare inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan of indien de aanvrager geen verklaring omtrent
het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die
uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is
ingediend, is afgegeven.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare
inrichting, de openbare orde of de veiligheid op ontoelaatbare
wijze nadelig wordt beïnvloed.
**4..** Bij toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
houdt de burgemeester rekening met:
**a..** het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf
is gelegen of zal zijn gelegen;
**b..** de aard van het horecabedrijf;
**c..** de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat
of bloot zal komen te staan door de exploitatie;
**d..** de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de
leidinggevende;
**e..** het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende.
**5..** De burgemeester weigert de vergunning indien:
**a..** de exploitant de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft
bereikt;
**b..** de exploitant onder curatele of bewind staat.
**6..** De burgemeester kan de vergunning weigeren indien sprake is van
het geval en onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 3 van de
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
bestuur.
**7..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
bevindt in:
**a..** een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
zover de activiteiten van de openbare inrichting een
nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
**b..** een zorginstelling;
**c..** een museum;
**d..** een bedrijfskantine of –restaurant.
**8..** De burgemeester verleent op aanvraag vrijstelling van de
vergunningplicht als genoemd in het eerste lid aan openbare
inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
de Drank- en Horecawet en de bestemming Horeca, categorie 1, en
Horeca, categorie 2, hebben, indien:
**a..** zich één jaar voorafgaand aan de aanvraag geen incidenten
gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en
–handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel
**b..** de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
tweede of derde lid.
**9..** De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
heeft voorgedaan als bedoeld in het achtste lid onder a.
**10..** Op de vergunning bedoeld in het eerste lid en de vrijstelling
bedoeld in het achtste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergen 2013