Voor het openen van de vergadering spreekt de voorzitter of één van de leden het volgende gebed uit:
"Almachtige God,
Die door uw oneindige wijsheid het heelal regeert
en ons hebt geroepen tot het besturen van deze gemeente.
Wij bidden U ons, door Uwe Geest, te sterken en ons de nodige wijsheid,
standvastigheid en verdraagzaamheid te schenken en onze arbeid te zegenen.
Amen.”
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 13a
Ambtsgebed
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad