Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur bestaat uit 5 leden, te weten: de voorzitter, een vice-voorzitter en drie andere leden. 2.. De vice-voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Eén lid voor financiële aangelegenheden wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van gedeputeerde staten van Zuid-Holland. Twee leden worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne. 3.. Het algemeen bestuur kan voor de door hem benoemde leden van het dagelijks bestuur uit zijn midden plaatsvervangende leden aanwijzen, die de door hem benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangen. De aanwijzing tot plaatsvervangend lid vindt plaats op bindende voordracht van het (de) college(s) dat (die) het betreffende lid heeft (hebben) voorgedragen. Het plaatsvervangend lid dat de voorzitter vervangt, treedt pas in diens hoedanigheid van voorzitter indien de vice-voorzitter afwezig is. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 4.. De op voordracht van Gedeputeerde Staten aangewezen leden hebben ieder 3 stemmen. Het op bindende voordracht aan het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam aangewezen lid heeft 6 stemmen. De overige leden hebben ieder 2 stemmen. 5.. De leden van het dagelijks bestuur treden af met ingang van de dag waarop zij krachtens het bepaalde in artikel 5, tweede lid, aftreden uit het algemeen bestuur. 6.. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die krachtens het bepaalde in het voorgaande lid zijn opengevallen, vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, volgend op de dag waarop die plaatsen zijn opgevallen. 7.. Tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee. 8.. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, blijft niettemin zijn betrekking waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard. 9.. Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. 10.. De aanwijzing ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel