De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de “regels voor waardering en afschrijving activa”. Het BBV brengt voor de vaste activa het (verplichte) onderscheid aan in immaterieel, materieel en financieel.
De afschrijving op materiële activa is afhankelijk van het economische nut. Is het actief verkoopbaar? Worden er inkomsten mee gegenereerd? De economische levensduur is de leidende factor. De gemeente heeft veel - vaak forse - investeringen waarvoor dit niet geldt. Die hebben een maatschappelijk nut. Er is lang niet altijd sprake van vervanging vanuit een continuïteitsoogmerk, maar bijvoorbeeld van onderhoudsverplichtingen. De investeringen met maatschappelijk nut zijn in lid 2 benoemd. De BBV vinden het gewenst deze in een zo kort mogelijke termijn af te schrijven, maar laten activering wel toe. Een volledige omzetting van het regime zou voor de gemeente(n) een forse blokkade kunnen vormen om - binnen de financiële positie - nog de nodige maatschappelijke investeringen in de openbare ruimte te kunnen doen. Omdat het om een keuze gaat die verbonden is aan de financiële positie bepaalt de verordening dat besluitvorming hierover plaatsvindt op basis van voorstellen in het investeringsplan bij de begroting.
In lid 1 wordt het college opgedragen om met inachtneming van wettelijke en maatschappelijke normen gemeentebrede regels aan te bieden met betrekking tot het afschrijvingsbeleid.
Artikel 13.
Waardering & afschrijving vaste activa
Onderdeel van Verordening financieel beleid en beheer gemeente Arnhem 2013