- - Het college draagt er zorg voor dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.
- - De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de investeringsruimte.
- - Het college doet in het investeringsplan bij de meerjarenbegroting jaarlijks nadere voorstellen over:
- - totaal kredieten van een investering met als einddatum waarop de investering gereed is. Dit kan later liggen dan het besproken begrotingsjaar;
- - het uitgaventempo van de kredieten verdeeld over de verschillende jaren;
- - In de meerjarenprogrammabegroting wordt een voornemen tot investeren in een gebouw groter dan € 2 miljoen tekstueel toegelicht in de paragraaf investeringen. In de paragraaf staan van deze investering vermeld:
- - de hoofdlijnen van de investering
- - eerste raming van de kosten
- - de randvoorwaarden
- - de financiële beschikbare middelen
Deze voorgenomen investering is opgenomen in het Meerjaren Investeringsplan (MIP), als onderdeel van de meerjarenprogrammabegroting. Door het vaststellen van de meerjarenprogrammabegroting geeft de raad toestemming tot verdere uitwerking van de investering.
- - Op basis van het in artikel 6, lid 2 genoemde voornemen tot investeren werkt het college de voorgenomen investering verder uit tot een business case. De business case omvat:
- - beoogde functies van het gebouw, inclusief nut en noodzaak
- - de kosten, zowel de investering als de exploitatie
- - de dekking met betrekking tot de investering en de exploitatie
- - juridische aspecten indien meerdere gebruikers
Deze business case wordt in de vorm van een raadsvoorstel voorgelegd aan de raad. Pas na expliciete goedkeuring van het raadsvoorstel wordt het krediet toegezegd. Indien noodzakelijk wordt het Meerjaren Investeringsplan aangepast.