Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 25

Het primaat van het collectief vervoer

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet en bewoners van een instelling genoemd in artikel 1 van de Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen die een zelfstandige vervoersbehoefte hebben, kunnen voor de in artikel 23, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 23 onder a., onmogelijk maken, of een collectief systeem als bedoeld in artikel 23 onder a., niet aanwezig is, of wanneer het collectief systeem onvoldoende invulling kan geven aan de individuele vervoersbehoefte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel