Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal de door het college in de nadere regels, bedoeld in artikel 38, vastgestelde inkomensgrenzen, wordt het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.
Hoofdstuk 5
Artikel 26
Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning