Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

Werkgroep De raadscommissie heeft de bevoegdheid een werkgroep in te stellen met betrekking tot onderwerpen die onder de portefeuille van de desbetreffende raadscommissie vallen. De werkgroep bestaat uit leden van de desbetreffende raadscommissie. De raadscommissie geeft opdracht aan de werkgroep om een onderwerp voor te bereiden en hierover advies te geven aan de raadscommissie. Nadat de werkgroep zijn taak heeft volbracht, ontbindt de raadscommissie de werkgroep. Artikel 5 Samenstelling Een raadscommissie bestaat uitéén lid per fractie naar evenredigheid van drie zetels, of een deel hiervan, in de gemeenteraad. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. De artikelen 10, 11,12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. Elk commissielid kan ten aanzien van deelname aan vergaderingen en overige werkzaamheden van de raadscommissie vervangen worden door een fractiegenoot, zijnde raadslid danwel fractieassistent. De in lid 4 genoemde vervangers geven voor aanvang van de vergadering bij de commissiegriffier aan dat zij zullen vervangen en wie zij vervangen. Artikel 6 Voorzitter De voorzitters en hun plaatsvervangers worden door de raad uit zijn midden benoemd in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling. De voorzitter is geen lid van de commissie. De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel 7 Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Een lid en een plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 5 derde lid, gestelde eisen. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van de commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd, van rechtswege. Artikel 8 Griffier en commissiegriffier De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een medewerker van de griffie als commissiegriffier. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad aangewezen medewerker van de griffie. De griffier en de commissiegriffier kunnen, indien zij daartoe door de voorzitter worden uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening deelnemen. HOOFDSTUK 3 VERHOUDING TOT HET COLLEGE Artikel 9 Burgemeester en wethouders 1.De voorzitter, of de (commissie)griffier namens deze, kan de burgemeester, één of meer wethouders en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. HOOFDSTUK 4 VERGADERINGEN Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel 10 Vergaderfrequentie In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie op, aan het begin van ieder kalenderjaar in overleg door de commissievoorzitters, vastgestelde data plaats. De vergaderingen van de raadscommissies beginnen in de regel om 19.00 uur en vinden plaats in het stadhuis. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de commissiegriffier. Artikel 11 Oproep De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel 12 De agenda Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter na overleg met de griffier de agenda van de vergadering voorlopig vast. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep vóór de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Leden van de raadscommissie kunnen een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen. Een voorstel hiertoe dient een week voor de commissievergadering schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend bij de commissiegriffier. Het voorstel en de motivering worden kenbaar gemaakt aan de commissie. De commissie besluit bij aanvang van de vergadering of het onderwerp al dan niet aan de agenda wordt toegevoegd. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproepingsbrief voor de leden van de commissie in het stadhuis ter inzage gelegd. Voor burgers worden de stukken ter inzage gelegd bij het gemeentelijk informatiecentrum. Indien na het verzenden van de oproepingsbrief stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de commissieleden. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht, tenzij met toepassing van artikel 10, tweede lid een andere vergaderplaats is bepaald. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de (commissie)griffier en verleent de (commissie)griffier de leden van de raad inzage. Artikel 14 Openbare kennisgeving De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad of een huis-aan-huis blad en zo mogelijk door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17. Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel 15 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 16 Opening vergadering; quorum De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over niet geagendeerde onderwerpen alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel