Naar hoofdinhoud
De gemeente (i.c. de burgemeester) is wettelijk verplicht om (artikel 21 en 22 Wlb) een uitvaart te verzorgen als niemand anders hier zorg voor draagt. De gemeente betaalt dan ook de uitvaartondernemer die een en ander uitvoert en heeft het wettelijk recht om de kosten te verhalen op de nalatenschap en op de nabestaanden (o.a. echtgenoot, kinderen). Het principe van de Wlb is dat: de gemeente in het belang van de volksgezondheid en de openbare orde zorgt dat de overledene “bezorgd” wordt; dat de kosten niet door de belastingbetaler worden gedragen. De gemeente hoeft dan ook niet onmiddellijk de bovenbedoelde verplichting tot het (laten) verzorgen van een uitvaart op zich te nemen. Alleen als (na het zoeken van nabestaanden en na enkele dagen (max. 5 dagen) duidelijk is dat niemand anders iets doet, moet de gemeente invulling geven aan haar wettelijke plicht ter zake. Genoemde periode van 5 dagen kan worden verlengd door de burgemeester (van de gemeente waarin het lijk zich bevindt), nadat daarover een arts is gehoord. Hierover wordt opgemerkt dat uitstel, zeker wanneer de zoektocht naar nabestaanden nog niet afgerond is, dan wel dat nabestaande (nog) niet bereid zijn de lijkbezorging te regelen, voor de gemeente geen nadeel hoeft te betekenen. Enig uitstel kan er namelijk toe leiden dat alsnog iemand anders (wordt gevonden die) de verantwoordelijkheid op zich neemt (en dus ook zorg draagt voor betaling).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel