Lid 1
De premie deeltijdwerk dient ertoe belanghebbenden te stimuleren een deeltijdbaan te aanvaarden. Lid 1 geeft aan welke personen voor een premie deeltijdwerk in aanmerking komen. Deze omschrijving wijkt af van de doelgroepomschrijving zoals opgenomen in artikel 1 lid 2 sub d van deze verordening. Wanneer personen met een uitkering op grond van de WWB, de IOAW of de IOAZ in deeltijd gaan werken, levert dit de gemeente immers een besparing op de kosten in verband met de algemene bijstand op.
Als voorwaarde wordt voorts gesteld dat het deeltijdwerk op het moment van het indienen van de aanvraag voor de belanghebbende het maximaal haalbare qua aard en omvang van de werkzaamheden is. Personen die meer uren zouden kunnen werken en mogelijk zelfs uit zouden kunnen stromen komen niet in aanmerking voor de premie deeltijdwerk. Op deze wijze wordt voorkomen dat personen niet gemotiveerd zijn om uit te stromen doordat de bijstandsnorm met premie hoger is dan het inkomen dat zij bij volledige uitstroom zouden kunnen verdienen.
Personen jonger dan 27 jaar komen niet in aanmerking voor een premie omdat deze premie niet is vrijgelaten (artikel 31 lid 5 WWB) en derhalve tot de middelen van de belanghebbende zou moeten worden gerekend.
Lid 2
Lid 2 geeft aan hoe hoog de premie is. De premie is gekoppeld aan een maximum per maand. Op deze wijze wordt voorkomen dat de algemene bijstand verhoogd met een premie een inkomen ver boven bijstandsniveau oplevert.
Hoofdstuk
Artikel 13
Premie deeltijdwerk
Onderdeel van Re-integratieverordening 2013 gemeente Heerlen