**1..** Het college verrekent het openstaande boetebedrag gedurende de eerste drie maanden na het moment van dagtekening van het besluit tot oplegging van een recidiveboete zonder dat het bepaalde in artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in acht wordt genomen.
**2..** De verrekening op grond van het eerste lid bedraagt de eerste maand 100 procent en de tweede en derde maand 20 procent van de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onder c van de wet.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid verrekent het college het penstaande boetebedrag met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht indien hiervoor dringende redenen voor aanwezig zijn.
Hoofdstuk 4
Artikel 12